20250325

Op zijn baadje krijgen

De scène bij de uitdrukking die Siana koos vindt plaats binnenin een huis dat ik eerder al van de buitenkant heb getekend. In 2020 bedacht ik voor Aaliyah een kabouter die ging verhuizen naar een huis in de vorm van een paddenstoel, vanwege de uitdrukking het bloed kruipt waar het niet gaan kan. 

Nu zien we de binnenkant van het huis en heeft de kabouter -die er nog steeds woont- de taak om tweemaal per jaar middenin de nacht de klok op tijd te zetten, anders krijgt hj op zijn baadje

20250309

Er gaan veel makke schapen in een hok


Mimi de Heks, een zus van Rodanims buurvrouw Agaath, woont in de Poortstad, direct naast één van de poorten. Aan haar huis is een kleine houtopslag gebouwd, die nu als schuur dient. Met de lente in aantocht gaat Mimi het hok uitmesten, waarbij ze vanalles tegenkomt. 

Tegen het einde van de winter laat de zon zich steeds vaker zien. Heks Mimi besluit om in de tuin te gaan koffiedrinken. Ze pakt een vestje, een kop koffie en een toverboek, waarin ze nieuwe recepten opschrijft en loopt naar de kleine tuin achter haar huis. Even later zit ze in de stralen van de winterzon en maakt aantekeningen in het boek. De zon schijnt achter de huizen langs precies in haar tuin. In de luwte is het al lekker warm, dus het vest is niet eens nodig. Ze slurpt even aan de de koffie en dan krijgt ze een idee. 

Op de stadsmuur, waaraan haar tuin grenst, zit een vogel te fluiten. "Ik ga het houthok omtoveren tot tuinkamer!" roept ze naar de vogel. "Goed idee!" fluit de vogel terug, "Gaat dat passen?" Mimi wrijft over haar kin. Dat vraagt ze zich ook wel een beetje af. Ze staat op en loopt naar het hok toe. Binnen staat het vol oude bezems, er staat enorme ton en er liggen allemaal tuinspullen. Ook zit het vol dieren die er de winter hebben doorgebracht. Sommige schrikken als Mimi binnen komt stommelen. "Is de winter alweer voorbij?" vragen ze. "Bijna,"zegt de heks. Ze kijkt het schuurtje rond. Ze ziet vogels, insecten, egels, muizen... "Tjonge, er passen veel makke schapen in een hok", zegt ze. "Hebben jullie hier allemaal de hele winter geslapen?" "Er waren nog veel meer dieren en diertjes," zegt een bruine rat, die onder een tuinstoel vandaan komt, "maar sommige zijn al vertrokken." "Mogen wij nog even blijven?" vraagt een pissebeddenfamilie. 

Mimi denkt even na. Ze pakt een stapel potten waarin ze lentebloemen kan toveren. Dan besluit ze dat ze later ook nog wel een tuinkamer kan maken. "Ja hoor," stelt ze de dieren gerust. "Dan ga ga ik gewoon nog even lekker in de zon zitten."

20250226

Van leer trekken


"Straks alleen nog een beetje buitenkruid erin," mompelt Mimi de Heks. Ze tuurt in de kookpot voor zich en roert erdoorheen. Dan kijkt ze voor de zekerheid nog even in het toverboek waar ze een recept uit aan het maken is. "Blabla, laag vuurtje," leest ze. "Blabla, paar uur trekken en dan buitenkruid toevoegen. Ja, dat gaat goed." Ze pookt even in het vuur en hangt het ijzer terug aan het haardstel. Buitenkruid is alleen buiten de stadspoorten te vinden, in het buitenbos. Gelukkig heeft ze een pot waarin ze altijd wat bewaart voor als ze het nodig heeft en de stadspoorten gesloten zijn. Terwijl de toverdrank pruttelt besluit ze om koffie te maken en wat toverboeken op te ruimen. Ze loopt naar de kruidentuin achter haar huis en kijkt naar boven. Het is een heldere winterdag en het blijft al best lang licht. In de verte slaat een klok de tijd. Nadat ze wat hout heeft gehaald maakt ze een nieuw, klein vuurtje om de koffiepot boven te hangen. Na tien minuten staat Mimi met een dampende mok koffie voor een stapel toverboeken die op tafel ligt. Ze pakt de bovenste en bladert er wat in terwijl ze van de koffie slurpt. "Mmm." Al gauw denkt ze niet meer aan de tijd.    

Na een hele poos schrikt Mimi op uit haar gedachten door het gelui van klokken. "O ja, buitenkruid plukken!" Eerst loopt ze even naar de pan. het vuur is bijna gedoofd, maar het mengsel ziet er goed uit. Ze gaat op een krukje staan en pakt en pakt de pot met buitenkruid van een plank. Ze zet hem op tafel en haalt het deksel er af. Mimi schrikt: de pot is leeg! Op de achtergrond wordt het stil. De klokken zijn opgehouden met luiden. Dat betekent dat de stadspoorten gesloten zijn. Dat je niet meer naar buiten kunt om Buitenkruid te plukken! "Wacht!" roept Mimi. Zonder jas rent ze naar buiten. Ze woont vlak naast de poort. Maar de poortkabouters klimmen net weer van hun trapjes: alle deuren zijn afgesloten voor de nacht. Mimi slaat zich voor haar hoofd. Mopperend trekt ze van leer tegen zichzelf: "Ik had ook nooit moeten wachten, aargh! Ik had meteen moeten kijken! Ik had die toverboeken niet moeten gaan opruimen! En het is ook veel te lang licht! Grmbl!"



20250130

De baard in de keel krijgen




“Gaap.” De snavel van de dodo gaat wijd open en weer dicht. Hij staat in de boekenkamer van Rodanim, op de vensterbank voor het raam. Het sneeuwt steeds harder. "Ik kan mijn huis niet eens meer zien.” De dodo tuurt door de dichte sneeuw in de richting van de toverhut aan de andere kant van het zandpad. “Blijf je nog lang hier?” vragen de muizen. Door de sneeuw ziet de dodo vaag wat flitsende kleuren uit de toverhut komen. “Agaath zei dat het voorlopig veiliger is om hier te zijn.” De vorige keer dat Agaath in haar toverhut was gaan toveren, had ze per ongeluk iets gedaan waardoor de dodo nu nog steeds elke keer van kleur verandert. Rodanim komt met een kop warme koffie uit de keuken. “Het is prachtig weer buiten. Maar misschien geen weer om het pad over te steken, al is het maar een klein stukje. Je waait nog weg.” Dan klinkt een rinkelende telefoon. Rodanim loopt naar het kantoor naast de bibliotheekkamer, waar een groot telefoontoestel aan de muur hangt. Even later komt hij terug. “Dodo, dat was Agaath. Zij vraagt of je een nachtje hier blijft logeren. Wat vind je daarvan?” De dodo glundert. “Logeren!” roept hij. “Dan mag je onze tandenborstel wel lenen!” roepen de muizen. "Over een uurtje ga ik een verhaal voorlezen en daarna gaan we lekker slapen," zegt Rodanim."Ik zal vast een extra deken voor je pakken." Hij loopt langs het raam en kijkt ook naar buiten. "Dit is echt winter, zeg," mompelt hij. Die nacht blijft het sneeuwen en ook de wind trekt aan. Het huis piept en kraakt en zucht ervan. De dodo is wakker geworden en kijkt door een laag slaapkamerraam naar buiten. “ Hij weet niet zo goed of hij het nog leuk vindt. Hij bibbert een beetje. Ook de muizen zijn wakker en zelfs Rodanim kan even niet slapen. Hij is één van de boeken die in zijn bed slingeren gaan lezen. Hij kijkt naar de dieren. "Luister eens?" zegt hij. Ze luisteren en horen de wind aan de ramen rammelen en om het huis gieren. "Het lijkt wel of de wind de baard in zijn keel heeft, zo huilt het!” roept Rodanim. Hij doet met overslaande stem het geluid na. De dieren moeten lachen en doen zelf ook mee. Buiten wordt het ineens iets stiller. "De wind heeft ons gehoord!" roepen de muizen, "En nu stopt hij er mee!" Warempel, de storm gaat liggen en het houdt op met sneeuwen. De dieren zijn weer tot rust gekomen. "Ik ga nog even lezen," zegt Rodanim. "Kunnen jullie weer slapen?" Even later klinkt alleen nog lichte ademhaling van de slapende dieren. Tevreden klikt Rodanim zijn lampje uit en gaat ook slapen. 

20250113

Geen haarbreed in de weg


Vampier Luuk logeert bij Rodanim en de muizen. Dat is heel gezellig en ook heel fijn, want Luuk maakt graag eten klaar. Rodanim eet wel graag, maar vind het klaarmaken van eten zonde van zijn tijd. Liever zit hij in zijn grote oorfauteuil, met een spannend boek. Of aan de grote tafel met een mooi prentenboek of een fotoboek over nog oudere gebouwen dan het oude station waarin hij zelf woont. Luuk zit hem geen haarbreed in de weg. 

De dodo, die bij buurvrouw De Heks woont, maar vaak bij Rodanim en de muizen is, gaat Luuk vandaag helpen met eten maken. Hij komt aangewaggeld met grote, paarse bladeren in zijn snavel. Ze slepen een klein beetje over de grond. De dodo mompelt iets, maar Luuk verstaat er niets van. Hij neemt de bladeren uit de snavel van de dodo en legt ze in de gootsteen om ze af te spoelen. "Agaath zei dat dit heel lekker is als stamppot" zegt de dodo nu duidelijk verstaanbaar. "Goed idee!" Luuk klapt blij in zijn handen. "Stamppot," mompelt hij dan en kijkt om zich heen naar alle keukenkasten. Hij steekt zijn neus om de hoek van de keuken naar de boekenkamer en vraagt: "Rodanim, mogen we op zoek gaan naar de stamppotstamper?" "Ja hoor," roept Rodanim, "Trek alle kasten maar open, ik zal je geen haarbreed in de weg zitten." Hij legt een stapel boeken die hij aan het uitzoeken is op de vensterbank. Rodanim buigt zich opzij en bekijkt de bladeren in de gootsteen. "Mmm, paarse-bladeren-stamppot!" Hij likt over zijn lippen. "Volgens mij ligt de stamper in één van de laden naast de kelderdeur. Maar kijk uit, want in het hangrekje ligt..." Luuk rilt. "De knoflook, ja dat had ik al gemerkt!" 

20241214

Van lotje getikt zijn

In de hal van Rodanims oude station staat een grote spar, klaar om een kerstboom te worden. "Zullen wij de slingers doen?" roepen de muizen. Rodanim knikt. "Kom maar mee". Hij wurmt zich tussen de boom en het kaartjesloket door naar de zolderdeur. Hij loopt naar boven, met in zijn kielzog de dodo en de muizen. Boven, naast trap, staan allemaal opbergdozen. Op sommige staat een kerstboompje getekend. Een ronde doos is versierd met grote getekende sneeuwvlokken. 'Lampjes en slingers', staat er op de doos. "Die moet ik hebben," wijst Rodanim. Hij tilt het deksel van de doos. De dodo fladdert een traptrede hoger om te kunenen kijken. Hij ziet een wirwar aan lichtsnoeren. Rodanim kijkt bedenkelijk naar de kluwens met lichtjes. "Nou, ja, dat zoeken we beneden wel uit." Hij zet de doos voor een luik op de overloop halverwege de trap. Aan de andere kant van het luik is het oude kaartjeskantoor. Rodanim loopt het onderste deel van de trap af en wringt zich opnieuw langs de boom. In de hal zet hij een elpee met kerstmuziek op en loopt dan door naar het kantoor, om de kerstspullen achter het luik vandaan te halen. De muizen halen de slingers tevoorschijn en Rodanim begint met het ontwarren van de strengen met lichtjes. Na een kwartier is hij nog geen steek opgeschoten. "Misschien moet dit hierlangs," probeert Rodanim. "Eh." Een half uur later is hij bijna verdwenen tussen de lampjes. "Je bent helemaal van lotje getikt," zegt de dodo. "Maar Rodanim houdt vol. De elpee is allang gestopt met spelen en buiten wordt het al donker. "Ja!" roept Rodanim dan. "Klaar!"

20241211

Hetzelfde laken een pak

Dolores vliegt op haar bezem over het Bewonderde Woud. Ze is op weg naar Rodanim, in het oude station bovenop de Heuvel Verderop. De drie muizen die bij hem wonen mogen met haar mee op ingrediëntenreis. Elk jaar maakt Dolores heksenkerstpudding voor zichzelf en haar zeven zussen. En omdat muizen altijd goed weten wat lekker is, mogen zij mee inkopen doen. Als ze bij Rodanim aankomt, is die net bezig een grote kerstboom de traptreden op te slepen naar de voormalige wachthal van het het stationnetje. "Dolores!" Rodanim zwaait naar de heks en zet de kerstboom tegen het raam van de het oude loket. "Zo, straks weer verder. Koffie?" "Mmm," zegt Dolores. Agaath, één van haar zussen, die naast Rodanim woont, komt ook aangelopen. "Hee zus, al bedacht wat je dit jaar in de pudding stopt?" vraagt ze. "Ik doe niet anders" zegt haar oudere zus, "maar het is uiteindelijk toch elk jaar weer hetzelfde laken een pak." "Bij jou wel!" lacht Agaath. Vanochtend is er bij haarzelf weer eens een recept mislukt. Na de koffie klimmen de muizen op Dolores' bezem. "Vallen we er niet af als je gaat vliegen?" "Nestel je maar onder mijn muts" roept de heks. "Daar gaan we!" Een paar uur later heeft Dolores inderdaad precies hetzelfde gekocht als vorig jaar en het jaar daarvoor. Ze vliegen over het woud terug naar het oude Tolhuis, waar Dolores woont. Ze zien de schoorstenen van de Seizoensserres, van Dolores' buurman Antonio de Wederman, al dichterbij komen. Boven zijn huis hangt een grote grijze wolk. "Kijk" roept Agaath tegen de muizen, "Dat is ook elk jaar hetzelfde laken een pak. Vlak voor de kerst zorgt Antonio ervoor dat het hele bos wordt bedekt met een laag sneeuw. Het begint nu!" "Hohoho" roepen de muizen uitbundig. 

20241124

Uien tappen


 
Sinterklaas is op bezoek bij Heks Dolores, die in Het Oude Tolhuis woont, aan de rand van het Bewonderde Woud. Het is pakjesavond. Er staan surprises klaar en de stemming is opperbest. Als de chocolademelk koud -want warm vinden ze het niet lekker- is kunnen ze beginnen met het lezen van de gedichten en het uitpakken van de cadeaus. Ondertussen zijn Sinterklaas en de heks aan het uien tappen. Ze lachen zich een kriek om alle grappen die ze elkaar vertellen. De tranen staan in hun ogen. 


20241119

Ja en amen zeggen


Het is nacht. Sint en de piet gaan de daken op om cadeaus rond te brengen. "Vandaag is het schoentjesavond", zegt de Sint, we hoeven dus geen grote cadeaus mee te slepen over de daken. "Gelukkig maar", zegt  Piet, terwijl hij een juten zak optilt die vol zit met chocoladeletters in alle kleuren, maten en smaken. Als ze even later afdalen in schoorstenen en met verlanglijstjes terug naar boven komen, kijkt Sinterklaas soms toch een beetje bedenkelijk. "Niet iedereen is even bescheiden," zucht hij als hij weer een lijst onder ogen krijgt met flinke wensen. Piet fronst zijn wenkbrauwen:"Zouden sommige mensen denken dat we ja en amen op alles zeggen?!" "Wellicht," zegt Sinterklaas, "maar als ze het echt te bont maken krijgen ze lekker ouderwets de roe. Dat zal ze leren." Dan komen ze bij het huis van Kabouter Carl. Het duurt even voor ze de juiste schoorsteen gevonden hebben. Als Piet uiteindelijk naar boven komt, heeft hij een wortel en wat hooi voor het paard in zijn hand. En Carls lijstje is heel bescheiden. "Weet je wat?" zegt Sinterklaas: "We geven hem niet één letter, maar alle letters van zijn naam. En we doen er in elke schoorsteen één!" Tevreden vervolgen ze hun weg door de nacht. 








20241110

Een leven als een oordeel


Wát een storm. De kapitein staat op de omloop van de vuurtoren en tuurt over zee. De dodo en de muizen zijn ook naar boven gekomen. Ze hopen een glimp op te vangen van de stoomboot van Sinterklaas. Die zou nu al onderweg moeten zijn. Een grote golf slaat tegen de rotsen kapot. Even zien ze niets anders dan waterspetters en zeeschuim. De wind giert om de vuurtoren. "Wat een lawaai hè!" glundert de kapitein tegen de dieren. Hij is net thuis, maar verlangt er nu alweer naar om zelf op zee te zijn. De dodo roept iets terug, maar de kapitein verstaat er niets van. Dan zien ze tussen de golven door plotseling een stukje van de stoomboot. Hij wordt net door een gigantische golf opgetild. Als die de haven maar bereikt, denkt de kapitein. "Aaa!" klinkt het ineens. De muizen, die op de reling waren geklommen, waaien bijna weg. De kapitein kan ze nog net grijpen. "Tijd om naar binnen te gaan," roept hij boven de wind uit. Met moeite krijgt hij de deur van de omloop open. Binnen in de vuurtoren is het nog steeds een kabaal van jewelste door de storm die over zee raast. "Een leven als een oordeel," mompelt de kapitein. "Laten we beneden het Sinterklaasjournaal gaan kijken om te zien hoe het die sloep vergaat daar op zee." De muizen trippelen alvast richting de koektrommel met speculaas. Even later zitten ze met een dekentje om voor een vierkant televisietoestel met pootjes. De kapitein staat op om de volumeknop omhoog te schuiven. Met moeite wordt het geluid van de storm overstemt. De wind gaat voorlopig niet liggen. 



20241013

Een blok aan het been

De vampier kijkt door de luxaflex naar buiten. Is het al bijna nacht? Kan hij al naar buiten? Het is wel een blok aan het been, om altijd binnen te moeten zijn als de zon schijnt. 

20240924

Geen zier

Agaath De Heks begrijpt er geen zier van: ze heeft het hele recept gevolgd. Het zou een heerlijke soep worden, maar toch is het misgegaan. Alwéér. Nu is de dodo de klos. Die verandert sinds het eten van de soep van elke keer van kleur. De ene dag zijn zijn veren roze, de dag erna weer blauw. En soms alle kleuren door elkaar. Naarstig gaat Agaath op zoek naar een oplossing. De muizen vinden het een minder groot probleem. "Je bent nu een soort kameleon geworden!" roepen ze. "Twee dieren ineen!" De dodo denkt even na. En dan vindt hij het zelf ook wat minder erg. Agaath blijft peinzen over wat ze verkeerd heeft gedaan. Ze kan niets bedenken. "Nou ja", zucht ze dan. "Wie wil er nog een kommetje soep?" De dieren weten niet hoe snel ze weg moeten komen. 


20240910

Een balletje opgooien

Er was weer eens een ontplofte toverketel van Agaath de Heks op Rodanims huis, het Oude Station, terechtgekomen. Bij toeval ontdekte Rodanim toen een pak oude foto's en kaarten van de omgeving, verborgen in het dak. Op een mooie nazomerdag zit Rodanim samen met de muizen, buurvrouw Agaath en de dodo en overbuurman Kabouter Carl, in zijn tuin om alles te bekijken.  

"Waar zouden we meer foto's, kaarten en plattegronden kunnen vinden?" vraagt Agaath zich af. Ze is nieuwsgierig geworden en wil nog wel meer weten over de omgeving. "Nóg een ketel laten ontploffen!" opperen de drie muizen met grote onschuldige ogen. 
"Op zoek gaan in de torens van het boekenkasteel?" bedenkt Rodanim, "want daar hebben ze veel oude papieren". De dodo gooit ook een balletje op: "We kunnen aan Vampier Luuk vragen wat hij nog weet? Hij woont hier al eeuwen in de buurt." Dat vinden ze allemaal een goed idee. "En gelukkig komen de donkere dagen er weer aan", zegt Rodanim. Dan kan hij ook weer wat veiliger over straat. Ik nodig hem meteen uit!"