20260516

Onomatopee: plof

Rodanim heeft uren gezaagd, met de muizen en de dodo als hulp. In de bibliotheek vond hij een boek met meubels om zelf te maken. Hij koos voor een kratstoel. Oorspronkelijk was het idee dat je aan een oud krat genoeg had om er een stoel van te maken. Maar zo een krat had Rodanim niet. Achter de toverhut van buurvrouw Agaath de Heks stonden nog wel planken die hij kon gebruiken, vertelde de dodo. De buurvrouw was blij dat de planken een nieuwe bestemming kregen en Rodanim was blij dat hij een tuinstoel kon gaan maken. Nu is de stoel klaar. De muizen rusten uit in het gras en de dodo waggelt terug naar huis. Rodanim haalt een kussen van binnen en legt die op de zitting. Dan gaat hij zitten. 'Plof', klinkt het als hij op het kussen terecht komt. De stoel zit heerlijk. Buurvrouw Agaath komt ook een kijkje nemen. "Mooie stoel", roept ze, "misschien heb ik nog wel meer hout staan."  "Dat zou leuk zijn," zegt Rodanim, "dan kunnen we ook nog een bank of een tafel maken."


Eerste idee: Nadat ze haar hele dakterras heeft omgepot en watergegeven ploft heks Angélica op een tuinstoel neer om tevreden bij te komen van het alle inspanningen. 

20260414

Onomatopee: zwoesj

Buurvrouw Agaath gaat een toverdrankje maken. Het waait wel wat, maar het is een zonnige lentedag, dus ze neemt haar toverspullen mee naar buiten. Daar staat een grote tafel waaraan Agaath vaak toverdrankjes maakt. De tafel staat midden in de kruidentuin. Heel handig , want dan kun je meteen de ingrediënten plukken die je nodig hebt. De dodo helpt mee om alles klaar te zetten. Even later staat Agaath met het puntje van haar tong uitgestoken te roeren in potjes en pannetjes. De wind waait langs de flesjes, die een zoemend geluid maken. Agaath glundert: "Wat een heerlijke lentedag om buiten te toveren!" Ze veegt een pluk rode krullen uit haar gezicht en kijkt in het toverboek. "Oeh, nu moet ik even goed opletten, want hier moet ik precies doen wat er staat." "Wat gebeurt er anders?" vraagt de dodo. "Dan ontploft er wéér een ketel denk ik," zegt de heks terwijl ze bukt om een paars bloemetje met puntige bladeren te plukken. Dan waait een windvlaag -zwoesj- een paar pagina's van het toverboek om. Agaath merkt er niets van. Als dat maar goed gaat...
Buurvrouw Agaath gaat een toverdrankje maken. Het waait wel wat, maar het is een zonnige lentedag, dus ze neemt haar toverspullen mee naar buiten. Daar staat een grote tafel waaraan Agaath vaak toverdrankjes maakt. De tafel staat midden in de kruidentuin. Heel handig , want dan kun je meteen de ingrediënten plukken die je nodig hebt. De dodo helpt mee om alles klaar te zetten. Even later staat Agaath met het puntje van haar tong uitgestoken te roeren in potjes en pannetjes. De wind waait langs de flesjes, die een zoemend geluid maken. Agaath glundert: "Wat een heerlijke lentedag om buiten te toveren!" Ze veegt een pluk rode krullen uit haar gezicht en kijkt in het toverboek. "Oeh, nu moet ik even goed opletten, want hier moet ik precies doen wat er staat." "Wat gebeurt er anders?" vraagt de dodo. "Dan ontploft er wéér een ketel denk ik," zegt de heks terwijl ze bukt om een paars bloemetje met puntige bladeren te plukken. Dan waait een windvlaag -zwoesj- een paar pagina's van het toverboek om. Agaath merkt er niets van. Als dat maar goed gaat...

20260330

Onomatopee: kukeleku

Het is bijna Pasen. De Paashaas heeft nog een flinke stapel eieren liggen die beschilderd moeten worden. Geen seconde te verliezen. Hij zet muziek op, de Matthäus Passion van Bach, en gaat aan de slag. Uren later is hij nog aan het verven. Pas als hij de haan hoort kukelen schrikt hij op. De Paashaas kijkt op de grote staande klok. Hoog tijd om te gaan bezorgen! Hij pakt zijn rugmand en vult hem met de versierde eieren. 'Kukeleku!' klinkt het nog een keer. De Paashaas gaat vlug verder. Als de haan voor de derde keer kraait is de hij klaar met inpakken. Huppelend gaat hij op pad.

20260321

Onomatopee: spetteren

"Zal ik eerst de deuren schoonmaken of eerst de tegellambrisering? Of de kozijnen?" Rodanim kijkt om zich heen in het oude station waar hij met de drie muizen woont. Hij loopt door het kaartjeskantoor, via de leeskamer naar de keuken. Hij opent een hoge kastdeur en haalt een zinken emmer tevoorschijn. "Ons maakt het niet uit," roepen de muizen, "als we maar zeepbellen te zien krijgen! Kan dat? Die vinden we altijd zo mooi!" Rodanim zet de emmer in de geblokte gootsteen en draait de kraan open. "Ik zal zeep nemen die lekker schuimt," zegt hij tegen de muizen. Lauwwarm water stroomt uit de kraan. Even later loopt Rodanim met een klotsende schoonmaakemmer weer richting de oude wachtkamer van het station. Hij zet de emmer op de grond en steekt zijn handen erin. 'Spetter', het water spat alle kanten uit en gutst over de rand. "Hm, ik begin denk ik maar met de vloer."

20260219

Onomatopee: zigzag

 



In het oude station op de heuvel wonen Rodanim en de drie muizen. Drie jaar geleden was er veel sneeuw. Zo veel dat de muizen vanaf het dak konden skiën. [Zie deze tekening bij de uitdrukking: het ijzer smeden als het heet is]. Nu is het erg koud en is de vijver tegenover het station bedekt met een dikke laag ijs. De dodo is voorzichtig het ijs op gewaggeld en probeert een rondje te schaatsen. Dat is geen succes. Hij glijdt telkens uit. Ook de muizen brengen het er niet al te best vanaf. Dan stapt Vera het ijs op. Zij is het nichtje van buurvrouw Agaath en is op bezoek bij haar tante. "Ha muizen en dodo!" roept ze. "Hoe gaat het schaatsen?" Eén van de muizen zit beteuterd op zijn billen en de dodo zwaait maaiend met zijn korte vleugels. Hij kan nog net op de been blijven. "Oeh," schrikt Vera, "gaat het?" "Ja hoor," knikt de dodo, "ik probeer het zo dadelijk gewoon nog een keer." Vera gaat op een steen zitten en trekt schaatsen aan. Dan staat ze op en zoekt evenwicht met haar armen. Daarna zet ze af en begint te schaatsen. Het gaat meteen goed. Ze schaatst een rondje over de vijver. En nog één. 'Zigzag', klinkt het heen en weer krassen van de schaatsen over het ijs. 



20260214

Onomatopee: slurp


Eén van de acht heksenzussen woont op een onbewoond eiland. Daar woont ze al zó lang in haar eentje, dat ze haar eigen naam vergeten is. Soms komt ze even naar het vasteland om daar naar haar naam te zoeken. Een paar jaar geleden voer ze met De Kapitein mee, die toevallig met zijn boot langs het eiland kwam [zie dit bericht]. Nu is ze op de bezem aan land gekomen en logeert bij zus Agaath. Op haar eiland is het nooit winter, dus ze vindt het heel leuk om buiten te zijn als het sneeuwt. Met zelfgemaakte warme chocolademelk zit ze op een bankje tegenover het oude station. "Hee", roepen de dieren, "Heks eh..." Zij weten haar naam ook niet meer. "Slurp", de heks nipt van haar chocolademelk, terwijl ze nog even nadenkt. Ze heeft al een paar namen gevonden die het misschien zijn. Het zou Dorothea kunnen zijn. Of Gezina. Maar het kan ook iets heel anders zijn. "Slurp", ze haalt haar schouders op en neemt nog een slok.

20260120

Onomatopee: knerp

 

"Sneeuw! Sneeuw! Sneeuw!" De muizen springen over het dekbed richting het hoofd van Rodanim. Dat steekt een klein beetje boven de dekens uit. "Gaap, brr," zegt Rodanim. Er komt een wolkje uit zijn mond. Het is fris op de slaapkamer, want het raam staat op een kier. Het gordijn beweegt zachtjes heen en weer. Rodanim stapt uit bed en schuift het gordijn open. Het hele heuvelbos is bedekt onder een flinke laag sneeuw. Zijn ogen worden groot. "Wauw! roept hij. "Zeiden we toch?" piepen de muizen terwijl ze op en neer springen. "Kom," zegt Rodanim, "Laten we als eerst over de sneeuw gaan lopen." Hij trekt gauw kleren aan en pakt zijn jas. Niet veel later opent Rodanim de deur van het Oude station. de muizen glippen naar buiten. Ze dartelen over de verse sneeuw. Rodanim stapt ook naar buiten. Zijn voeten verdwijnen in de sneeuw. 'Knerp', klinkt het bij elke stap. 'Knerp, knerp.' 


20260115

Onomatopee: koekoek


Heks Selah kijkt naar buiten. Van haar tuin is bijna niets meer te zien. Alles is wit. Selah ziet vogels vliegen, op zoek naar eten. Ze kunnen niets vinden. Alles is verstopt onder een dikke laag sneeuw. De heks besluit om haar jas aan te trekken en de vogels een handje te helpen. Ze hangt vogelvoer op aan de takken van de bomen. Roodborstjes, koolmeesjes en een koperwiek kwetteren haar blij toe. Dan hoort ze een  andere vogel: "koekoek". Dat is gek, denkt Selah, het is hier veel te koud voor de koekoek. Dan luistert ze goed. Het is geen echte vogel, maar de koekoeksklok die het geluid maakt. 

20260101

Onomatopee: gong


Aan de grens van het Bewonderde Woud woont heks Dolores. Ze heeft zeven zussen met wie ze graag afspreekt. Dan gaan ze samen kletsen of toveren. Soms pakt ze haar glazen bol om contact met haar zussen op te nemen, maar vandaag kiest ze de gong. Ze loopt door een dikke laag sneeuw naar een hoge open plek. Daar staat een grote, oude gong. Als je daar een slag op geeft kun je het geluid in de wijde omgeving horen. Ze pakt een speciale hamer met een zachte hamerkop. Dolores maakt een grote beweging met haar arm en slaat. "Gonnnggg" klinkt het over het besneeuwde woud. Het geluid klinkt heel lang door. Niet veel later komen haar eerste zussen al aangevlogen. 

20251214

Onomatopee: plonk


Rodanim woont in het oude station bovenop de heuvel. Hij gaat de voorkamer versieren. Van dennentakken heeft hij een guirlande gemaakt en die boven het raam gehangen. Nu versiert hij de guirlande met gekleurde, glazen ballen aan haakjes. De kamer is hoog, dus hij staat op de grote ladder. Oeps, er glipt een bal uit zijn hand. 'Plonk', klinkt het als de bal op de grond stuitert. Wat een geluk: hij is nog heel! 

Onomatopee: klik

 


De Wijnende Waardinnen hebben een herberg. Naast de waterval, vlakbij het Bewonderde Woud. Nu de dagen kort en donker zijn willen ze de tuin rondom de herberg versieren. Ze hangen lichtsnoeren tussen de besneeuwde kale appelbomen. Als ze klaar zijn drukt één van de gezusters op een knop. 'Klik', klinkt het en heel de tuin is sprookjesachtig verlicht. 

20251118

Onomatopee: grommen


Afgelopen zomer heeft een heksenzus van buurvrouw Agaath een beer gevonden. In een winkel met allemaal oude spullen. Er was een kleed van de beer gemaakt. Dat vond de beer helemaal niet leuk. 
Nu nog steeds niet. Want het is Sinterklaas en iedereen zet zijn schoen. Maar dat kan de beer niet. "Grom", gromt hij. En hij kijkt er moeilijk bij. De muizen hebben ook geen schoen ook te zetten, maar verkleden zich als Sint en Piet. "Grom," zucht de beer weer, "daar kan ik ook al niet aan meedoen." 

20251114

Onomatopee: toeteren


Rodanim zit in de kamer een boek te lezen als er vanuit de verte een geluid klinkt. De dodo kijkt op. "Is dat de stoomboot van Sinterklaas al?" joelen de muizen. "Laten we gaan kijken," Rodanim pakt zijn jas en neemt de de dodo en de de drie muizen mee naar buiten. Ze lopen door het bos richting de rivier in de verte. Dan horen ze het geluid opnieuw: "Toet!" Ja, het is de stoomboot! 

20251104

Onomatopee: zwiepen

 

Rodanim leest een boek. buiten is het herfst. Volop herfst. De wind zwiept de takken van de bomen tegen het raam. Rodanim draait zijn stoel om, zodat hij ook naar het herfstweer kan kijken tijdens het lezen. 

20251026

onomatopee: tik-tak




Vampier Luuk heeft pompoensoep gemaakt. 
De binnenkant van de pompoen is soep geworden. De buitenkant een lampioen. 
De soep is nog erg heet. Hij verzint iets om te doen terwijl de soep afkoelt. De klok! Die moet op tijd gezet worden. 
Luuk draait de grote wijzer een uur verder. Dat doet hij drieëntwintig keer. 
Nu staat de klok weer op tijd. 
Tik-tak tik-tak, klinkt het. 
Tijd om te eten zegt Luuk. De soep is voldoende afgekoeld. 

20251016

Poespas

Dit is de overgang van tekeningen over Uitdrukkingen naar tekeningen over onomatopeeën. Met een woord dat beide is: poespas. 

Heks Agaath staat in haar kruidentuin naast haar toverhut, bij een grote ketel. Het regent zachtjes. Er dwarrelen herfstbladeren door de lucht. Op een kruk ligt een stapel toverboeken. Agaath probeert een nieuw oud recept uit. Ze heeft geen idee waar dit recept voor is. Rodere haren? Langere armen? Warmere handen? De dodo, de muizen en bij Zoem kijken mee. De toverketel zit vol ingrediënten. Met een lange stok roert Agaath er doorheen. Poes pas, poes pas klinkt het.  

20250820

BINNENKORT: ONOMATOPEEËN!

In 2018 ben ik met het Meesterhuiswerk begonnen, om kinderen meer over de Nederlandse taal te leren. Meer daarover lees je op de pagina 'Meesterhuiswerk'. 

Na honderdvijftig tekeningen voor groepen 6 en 7 komt er komend jaar iets nieuws!

De kinderen van mijn nieuwe groep, groep 3, kiezen een onomatopee, waarover ik een tekening ga maken.

Een onomatopee is een klanknabootsing, zoals plonzen, kraken of slikken. Ook dierengeluiden zijn vaak een onomatopee: kwaken, sissen of gakken. Sommige dieren heten zelfs naar hun geluid, zoals de koekoek en de Oehoe. 

Toch heeft deze nieuwe opdracht ook iets te maken met uitdrukkingen: als iets een poespas is, dan is het gedoe. En het woord poespas is een onomatopee: het is vernoemd naar het geluid van het doorroeren van een soort soppige stamppot: poes-pas-poes-pas: poespas dus! 

Vanaf oktober: onomatopeeën van groep 3!

Voorbeelden van onomatopeeën


20250708

Binnen de kortste keren

Bijna elke dag loopt kabouter Vihaan door het bos om hout te sprokkelen. Hout om een mooi beeldje van te snijden dat hij op de schoorsteenmantel kan zetten, hout voor nieuw slabestek of hout voor in de kachel. Maar Vihaan heef zin in iets nieuws. Hij wil iets groots maken en niet iets dat binnen de kortste keren af is. Dromerig loopt hij door het woud. Na een tijdje kijkt hij op. In dit stuk van het bos is hij nog nooit geweest. Hij is een zijarm van de Heldere Rivier gevolgd. Verderop maakt het water weer een bocht terug naar de rivier. Vihaan kijkt eens goed. Tussen het groen ligt een huis verborgen! De schoorsteen is ingestort en van het dak is niet veel over. De tuin is helemaal begroeid met hoog gras en braamstruiken. Het hart van Vihaan gaat sneller kloppen. Hier moet hij meer van weten. Rondom het huis loopt een smal beekje. Daar overheen ligt een bruggetje dat hem nog net houdt. “Van wie zou dit huis zijn?” vraagt de kabouter zich hardop af, als hij voorzichtig dichterbij komt. “Weet jij het?” vraagt hij aan een overvliegende uil. “Van niemand,” antwoordt de uil. “Het is al jaren verlaten. Kijk maar eens binnen.” Dat doet kabouter Vihaan. Aan de muur hangen nog boekenrekjes. Op de grond ligt een houten tafel die in stukken is gebroken. In de woonkamer liggen her en der delen van een ingestorte tegelkachel. “Wauw,” zucht Vihaan. “Dit wordt mijn nieuwe project!” “Joehoe,” krast de uil. “Wat fijn!” “Inderdaad”, roept kabouter Vihaan blij. “Hier ben ik wel even mee bezig. Ik ga alles weer tiptop in orde maken en ik begin vandaag nog!”

Iemands oogappel zijn


Het water van de Ketelvijver rimpelt. Op een rots naast het water zit een oude heks met een kat op haar schoot. De kat kijkt met grote ogen naar het water.  “Rustig maar, kattenkopje,” zegt de heks sussend. “Er gebeurt niets.” Uit het water steekt wapperend een tentakel, maar de heks is niet bang voor een monster onder de waterspiegel. Er is nog nooit meer boven het wateroppervlak uitgekomen dan die ene tentakel. Ze kijkt richting de tuin van haar jongere zus Agaath, even verderop. “Ik denk dat we banger voor mijn zus moeten zijn,” grinnikt ze. Agaath staat in haar tuin en roert in een ketel. Er komt een sliertje gele rook uit. De dodo, die bij Agaath woont, loopt voorzichtig bij de toverketel vandaan. “Loopt dit goed af?” vraagt hij. De heks kijkt peinzend naar het mengsel. “Dat vraag ik me ook af. Misschien kun je beter een veiligere plek zoeken, oogappeltje,” zegt ze. “Ik wil niet dat jou weer iets overkomt.” Ze kijken beide beteuterd  naar het verendek van de dodo. Sinds een andere toverpoging van Agaath verandert dat elke keer van kleur. Over het pad naast de tuin komt buurman Rodanim aangelopen. “Rodanim?” vraagt Agaath, “kun jij mijn oogappel even onder je hoede nemen?” Rodanim schiet in de lach: “Is de rest van het bos wel veilig?” Hij denkt aan ontplofte toverketels die her en der in het bos verspreid liggen. Ook de Ketelvijver is ontstaan door een rondvliegende toverketel van Agaath. “Dat kan ik niet beloven,” zegt Agaath. De gele rookt begint te walmen. “Misschien moet ik één van mijn zussen even om hulp gaan vragen,” zegt de heks. “Maken jullie maar gauw dat je wegkomt.”

20250702

Te dol voor de duivel

 

Vroeg in de ochtend was kapitein Gloi wakker geworden van de harde wind. Hij wiebelde bijna zijn bed uit. De kapitein zucht. Nog maar één dag geleden was hij met zijn boot teruggekomen van zee. De wolken en de meeuwen die hoog in de lucht richting land trokken, beloofden toen al dat er onheilspellend weer op komst was. De kapitein bracht gauw zijn schip in veiligheid in een binnenhaven. Daarna klom hij trap na trap op richting de vuurtoren aan de rand van de klif. Bovenin de vuurtoren controleerde hij of het vuurtorenlicht goed werkte en of alle ramen gesloten waren. Toen hij net klaar was, begon het met waaien. Hard waaien. Heel hard waaien. En nog steeds waait het als een malle. Met een verrekijker kijkt Gloi om zich heen, eerst over zee en dan over land. Hij probeert te zien hoe laat het is op een hoge klok in het dorp Klif, even verderop. Het is niet te zien door in de rondte waaiend zeeschuim en zwiepende boomtakken. Dit weer is te dol voor de duivel, denkt hij. Hij tuurt verder. Gelukkig is er geen schip meer op zee. Helemaal aan de andere kant van de hoge klif ziet hij wel iets, bij Het Verste Huis. In Het verste Huis woont niemand voor altijd. Het huis wordt gebruikt door iedereen die even wil uitwaaien of een tijdje wil nadenken. Nu is het leeg. Tussen de in het rond waaiende bladeren ziet hij wel dat de ramen nog openstaan en in hun kozijnen klepperen. “Die moeten dicht” mompelt hij en kapitein Gloi begint aan een barre tocht richting de andere kant van de klif.


20250630

De gebraden haan uithangen

In de oude boterfabriek is een loppis, een rommelmarkt. Kabouter Yaqub gaat ernaartoe, op de voet gevolgd door de dodo, die ook dol is op tweedehands verrassingen. Als ze langs de fontein lopen zien ze de grote deuren al openstaan. Er is vanalles uitgestald: een enorme spiegel die groter is dan de kabouter zelf, een open kast vol servies, een hanglamp met gemarmerde glazen kapjes en dozen vol grammofoonplaten en oude boeken... Ze lopen naar binnen en kijken of er iets van hun gading bij de spullen is. De grond is bezaaid met geknoopte kleden in de meest uiteenlopende kleuren. Op de paar stukjes die onbedekt zijn zie je de prachtige originele tegelvloer van de fabriek. Tegen de muur staan opgerolde tapijten. De kabouter loopt langs een paar kleden, om een groene fluwelen bank te bekijken. Er ligt ook een levend berenkleed, waar hij voorzichtig omheen loopt. "Wil je mij niet kopen?" bromt de beer als Yaqub langsloopt. Yaqub staat stil. "Bedoel je: wil je mij níét kopen?" vraagt hij. Daar moet de beer even over nadenken. "Ja," zegt hij dan, "ik denk niet dat ik graag gekocht of verkocht wil worden." Hij zucht even. "Vroeger lag ik voor de haard in een groot kasteel. De kasteelheer wilde graag de gebraden haan met mij uithangen, want als je een beer voor je kachel legt, kun je goed laten zien hoeveel rijkdom je hebt. "Nou", fronst de kabouter, "ik vind het vooral dom. En onaardig." "Gelukkig hoefde ik niet dood te gaan," zegt de beer. "Ik hoefde alleen maar mijn adem in te houden als er andere deftige gasten waren, anders schrokken die zich te pletter." 


20250529

In de lappenmand zitten



Heks Selah ligt op de bank. Ze is niet lekker. Ze rilt en heeft geen zin in eten. Haar tweelingzus Yara besluit langs te komen en een kruidendrankje voor haar te maken. Misschien helpt dat. "Heb je nog dropplant staan?" vraagt Yara. "Misschien buiten" mompelt haar zieke zus vanaf de bank. Yara opent het keukenraam en gaat zoekend met haar hand door de plantenbak die aan de buitenkant onder het raam hangt. "Aah, dragon... Munt... Dit wordt wel wat.” Ze plukt wat blaadjes en snijd ze fijn op een platte steen. Door de planten heen ziet ze de dodo aan komen waggelen. Die heeft ook gehoord dat Selah in de lappenmand zit en komt langs om te haar op te vrolijken met een boek. Via een laag keukenraam fladdert de dodo naar binnen. “Ha dodo! Nu je er toch bent: wil die honing een duwtje geven?” vraagt Yara. De dodo schuift met zijn snavel een glazen pot met een houten lepel erin richting de heks. Daarna gaat hij met een het boek in zijn snavel op zoek naar de zieke zus. “Wat leuk dat je me komt voorlezen,” zegt Selah. Ze gaat iets rechterop zitten. De dodo zoekt een mooi verhaal uit. Niet veel later is de kruidendrank ook klaar. Yara heeft het in een bruine fles geschonken en op een etiket geschreven wat de inhoud van de fles is. Als ze haar zus een lepel vol van het medicijn heeft gegeven doet ze een kurk op de fles. Haar zus slikt. “Bedankt voor jullie hulp,” zegt Yara, “Ik voel me al een stuk beter. Binnen een paar dagen ben ik wel uit de lappenmand!”



20250416

Een scheve schaats rijden

Mauw. Miauw. Kat, de kat van Mimi de Heks loopt met uitrekkende passen over het stenen muurtje richting de Theekoepel van Broer tovenaar. Hij is al dagen niet thuis geweest. Iedereen die hij onderweg tegenkomt, loopt hij mauwend en kopjesgevend tegemoet. 's Avonds glipt hij bij een vreemd huis naar binnen en gaat gewoon spinnend op de bank of in bed liggen. En als de eerste zonnestralen door de gordijnen piepen gaat hij pas weer richting huis. "Ben je daar, ouwe schuinsmarcheerder" roept Mimi als ze Kat aan ziet komen. "Heb je een scheve schaats gereden? Ben je weer stiekem bij anderen wezen slapen?" Kat trekt zich er niks van aan. Hij kroelt even langs de benen van Mimi en nestelt zich dan miauwend op de vensterbank. 

20250325

Op zijn baadje krijgen

Vijf jaar geleden is Kabouter Ila in de stad komen wonen. Hij woonde daarvoor in een bos, maar wilde graag dichter in de buurt van een bibliotheek en winkels zijn. Om zijn oude woonomgeving niet te veel missen, koos hij voor een houten huis in de vorm van een paddenstoel, aan de rand van de stad. Vijf jaar later woont hij er nog steeds met veel plezier. Ila denkt terug aan zijn verhuizing. Hij ziet zichzelf nog rijden, met zijn mooie rode kast, goed vastgesjord in een aanhanger. Fluitend verhuisde hij al zijn spullen naar de Houten Paddenstoel. Boven in de voorgevel van zijn huis zit een klok. Toen kabouter Ila er kwam wonen, stond het uurwerk stil op de blije klok; tien over tien. Dat vindt Ila een erg leuke tijd, maar niet zo een handige. Want die tijd klopt maar twee keer per dag. Hij vroeg een oude buurman, de Paashaas, om te helpen de klok te repareren. Dat is gelukt en sindsdien loopt de klok weer netjes op tijd. Wel moet Ila hem geregeld opwinden, zodat de tijd blijft kloppen. De hele buurt is er aan gewend geraakt dat de klok weer werkt. Als de kabouter vergeet om de klok op tijd op te winden krijgt hij dan ook op zijn baadje, want dan komt iedereen ineens te laat op afspraken, omdat ze in de war raken door de achterlopende klok. Vandaag is de Paashaas bij Ila op bezoek. Die klimt naar boven, windt de klok op en controleert meteen even het uurwerk. Voorlopig hoeft Ila dus niet bang te zijn dat hij op zijn baadje krijgt. Gerustgesteld schenkt hij koffie in. 

De scène bij de uitdrukking die Siana koos vindt plaats binnenin een huis dat ik eerder al van de buitenkant heb getekend. In 2020 bedacht ik voor Aaliyah een kabouter die ging verhuizen naar een huis in de vorm van een paddenstoel, vanwege de uitdrukking het bloed kruipt waar het niet gaan kan. 

Nu zien we de binnenkant van het huis en heeft de kabouter -die er nog steeds woont- de taak om tweemaal per jaar middenin de nacht de klok op tijd te zetten, anders krijgt hij op zijn baadje