Nu zien we de binnenkant van het huis en heeft de kabouter -die er nog steeds woont- de taak om tweemaal per jaar middenin de nacht de klok op tijd te zetten, anders krijgt hj op zijn baadje.
In veel Meesterhuiswerktekeningen zie je onder meer een een grote sleutel [ik vond die sleutel eens in een oud Zweeds hotel] en een bruine, vierkante kruk [uit de jaren vijftig, gemaakt door mijn opa]. Maar ook een dodo, een kabouter en drie muizen komen bijna altijd voor. Hoe verder je terugbladert, hoe minder je de vaste onderdelen tegenkomt, want het is vanzelf zo ontstaan, zonder dat het bedacht is. Heb je ideeën, opmerkingen of een opdracht? Laat het me weten.
20250325
Op zijn baadje krijgen
De scène bij de uitdrukking die Siana koos vindt plaats binnenin een huis dat ik eerder al van de buitenkant heb getekend. In 2020 bedacht ik voor Aaliyah een kabouter die ging verhuizen naar een huis in de vorm van een paddenstoel, vanwege de uitdrukking het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
20250309
Er gaan veel makke schapen in een hok
Mimi de Heks, een zus van Rodanims buurvrouw Agaath, woont in de Poortstad, direct naast één van de poorten. Aan haar huis is een kleine houtopslag gebouwd, die nu als schuur dient. Met de lente in aantocht gaat Mimi het hok uitmesten, waarbij ze vanalles tegenkomt.
Tegen het einde van de winter laat de zon zich steeds vaker zien. Heks Mimi besluit om in de tuin te gaan koffiedrinken. Ze pakt een vestje, een kop koffie en een toverboek, waarin ze nieuwe recepten opschrijft en loopt naar de kleine tuin achter haar huis. Even later zit ze in de stralen van de winterzon en maakt aantekeningen in het boek. De zon schijnt achter de huizen langs precies in haar tuin. In de luwte is het al lekker warm, dus het vest is niet eens nodig. Ze slurpt even aan de de koffie en dan krijgt ze een idee.
Op de stadsmuur, waaraan haar tuin grenst, zit een vogel te fluiten. "Ik ga het houthok omtoveren tot tuinkamer!" roept ze naar de vogel. "Goed idee!" fluit de vogel terug, "Gaat dat passen?" Mimi wrijft over haar kin. Dat vraagt ze zich ook wel een beetje af. Ze staat op en loopt naar het hok toe. Binnen staat het vol oude bezems, er staat enorme ton en er liggen allemaal tuinspullen. Ook zit het vol dieren die er de winter hebben doorgebracht. Sommige schrikken als Mimi binnen komt stommelen. "Is de winter alweer voorbij?" vragen ze. "Bijna,"zegt de heks. Ze kijkt het schuurtje rond. Ze ziet vogels, insecten, egels, muizen... "Tjonge, er passen veel makke schapen in een hok", zegt ze. "Hebben jullie hier allemaal de hele winter geslapen?" "Er waren nog veel meer dieren en diertjes," zegt een bruine rat, die onder een tuinstoel vandaan komt, "maar sommige zijn al vertrokken." "Mogen wij nog even blijven?" vraagt een pissebeddenfamilie.
Mimi denkt even na. Ze pakt een stapel potten waarin ze lentebloemen kan toveren. Dan besluit ze dat ze later ook nog wel een tuinkamer kan maken. "Ja hoor," stelt ze de dieren gerust. "Dan ga ga ik gewoon nog even lekker in de zon zitten."
20250226
Van leer trekken
"Straks alleen nog een beetje buitenkruid erin," mompelt Mimi de Heks. Ze tuurt in de kookpot voor zich en roert erdoorheen. Dan kijkt ze voor de zekerheid nog even in het toverboek waar ze een recept uit aan het maken is. "Blabla, laag vuurtje," leest ze. "Blabla, paar uur trekken en dan buitenkruid toevoegen. Ja, dat gaat goed." Ze pookt even in het vuur en hangt het ijzer terug aan het haardstel. Buitenkruid is alleen buiten de stadspoorten te vinden, in het buitenbos. Gelukkig heeft ze een pot waarin ze altijd wat bewaart voor als ze het nodig heeft en de stadspoorten gesloten zijn. Terwijl de toverdrank pruttelt besluit ze om koffie te maken en wat toverboeken op te ruimen. Ze loopt naar de kruidentuin achter haar huis en kijkt naar boven. Het is een heldere winterdag en het blijft al best lang licht. In de verte slaat een klok de tijd. Nadat ze wat hout heeft gehaald maakt ze een nieuw, klein vuurtje om de koffiepot boven te hangen. Na tien minuten staat Mimi met een dampende mok koffie voor een stapel toverboeken die op tafel ligt. Ze pakt de bovenste en bladert er wat in terwijl ze van de koffie slurpt. "Mmm." Al gauw denkt ze niet meer aan de tijd.
Na een hele poos schrikt Mimi op uit haar gedachten door het gelui van klokken. "O ja, buitenkruid plukken!" Eerst loopt ze even naar de pan. het vuur is bijna gedoofd, maar het mengsel ziet er goed uit. Ze gaat op een krukje staan en pakt en pakt de pot met buitenkruid van een plank. Ze zet hem op tafel en haalt het deksel er af. Mimi schrikt: de pot is leeg! Op de achtergrond wordt het stil. De klokken zijn opgehouden met luiden. Dat betekent dat de stadspoorten gesloten zijn. Dat je niet meer naar buiten kunt om Buitenkruid te plukken! "Wacht!" roept Mimi. Zonder jas rent ze naar buiten. Ze woont vlak naast de poort. Maar de poortkabouters klimmen net weer van hun trapjes: alle deuren zijn afgesloten voor de nacht. Mimi slaat zich voor haar hoofd. Mopperend trekt ze van leer tegen zichzelf: "Ik had ook nooit moeten wachten, aargh! Ik had meteen moeten kijken! Ik had die toverboeken niet moeten gaan opruimen! En het is ook veel te lang licht! Grmbl!"
20250130
De baard in de keel krijgen
“Gaap.” De snavel van de dodo gaat wijd open en weer dicht. Hij staat in de boekenkamer van Rodanim, op de vensterbank voor het raam. Het sneeuwt steeds harder. "Ik kan mijn huis niet eens meer zien.” De dodo tuurt door de dichte sneeuw in de richting van de toverhut aan de andere kant van het zandpad. “Blijf je nog lang hier?” vragen de muizen. Door de sneeuw ziet de dodo vaag wat flitsende kleuren uit de toverhut komen. “Agaath zei dat het voorlopig veiliger is om hier te zijn.” De vorige keer dat Agaath in haar toverhut was gaan toveren, had ze per ongeluk iets gedaan waardoor de dodo nu nog steeds elke keer van kleur verandert. Rodanim komt met een kop warme koffie uit de keuken. “Het is prachtig weer buiten. Maar misschien geen weer om het pad over te steken, al is het maar een klein stukje. Je waait nog weg.” Dan klinkt een rinkelende telefoon. Rodanim loopt naar het kantoor naast de bibliotheekkamer, waar een groot telefoontoestel aan de muur hangt. Even later komt hij terug. “Dodo, dat was Agaath. Zij vraagt of je een nachtje hier blijft logeren. Wat vind je daarvan?” De dodo glundert. “Logeren!” roept hij. “Dan mag je onze tandenborstel wel lenen!” roepen de muizen. "Over een uurtje ga ik een verhaal voorlezen en daarna gaan we lekker slapen," zegt Rodanim."Ik zal vast een extra deken voor je pakken." Hij loopt langs het raam en kijkt ook naar buiten. "Dit is echt winter, zeg," mompelt hij. Die nacht blijft het sneeuwen en ook de wind trekt aan. Het huis piept en kraakt en zucht ervan. De dodo is wakker geworden en kijkt door een laag slaapkamerraam naar buiten. “ Hij weet niet zo goed of hij het nog leuk vindt. Hij bibbert een beetje. Ook de muizen zijn wakker en zelfs Rodanim kan even niet slapen. Hij is één van de boeken die in zijn bed slingeren gaan lezen. Hij kijkt naar de dieren. "Luister eens?" zegt hij. Ze luisteren en horen de wind aan de ramen rammelen en om het huis gieren. "Het lijkt wel of de wind de baard in zijn keel heeft, zo huilt het!” roept Rodanim. Hij doet met overslaande stem het geluid na. De dieren moeten lachen en doen zelf ook mee. Buiten wordt het ineens iets stiller. "De wind heeft ons gehoord!" roepen de muizen, "En nu stopt hij er mee!" Warempel, de storm gaat liggen en het houdt op met sneeuwen. De dieren zijn weer tot rust gekomen. "Ik ga nog even lezen," zegt Rodanim. "Kunnen jullie weer slapen?" Even later klinkt alleen nog lichte ademhaling van de slapende dieren. Tevreden klikt Rodanim zijn lampje uit en gaat ook slapen.
20250113
Geen haarbreed in de weg
Vampier Luuk logeert bij Rodanim en de muizen. Dat is heel gezellig en ook heel fijn, want Luuk maakt graag eten klaar. Rodanim eet wel graag, maar vind het klaarmaken van eten zonde van zijn tijd. Liever zit hij in zijn grote oorfauteuil, met een spannend boek. Of aan de grote tafel met een mooi prentenboek of een fotoboek over nog oudere gebouwen dan het oude station waarin hij zelf woont. Luuk zit hem geen haarbreed in de weg.
De dodo, die bij buurvrouw De Heks woont, maar vaak bij Rodanim en de muizen is, gaat Luuk vandaag helpen met eten maken. Hij komt aangewaggeld met grote, paarse bladeren in zijn snavel. Ze slepen een klein beetje over de grond. De dodo mompelt iets, maar Luuk verstaat er niets van. Hij neemt de bladeren uit de snavel van de dodo en legt ze in de gootsteen om ze af te spoelen. "Agaath zei dat dit heel lekker is als stamppot" zegt de dodo nu duidelijk verstaanbaar. "Goed idee!" Luuk klapt blij in zijn handen. "Stamppot," mompelt hij dan en kijkt om zich heen naar alle keukenkasten. Hij steekt zijn neus om de hoek van de keuken naar de boekenkamer en vraagt: "Rodanim, mogen we op zoek gaan naar de stamppotstamper?" "Ja hoor," roept Rodanim, "Trek alle kasten maar open, ik zal je geen haarbreed in de weg zitten." Hij legt een stapel boeken die hij aan het uitzoeken is op de vensterbank. Rodanim buigt zich opzij en bekijkt de bladeren in de gootsteen. "Mmm, paarse-bladeren-stamppot!" Hij likt over zijn lippen. "Volgens mij ligt de stamper in één van de laden naast de kelderdeur. Maar kijk uit, want in het hangrekje ligt..." Luuk rilt. "De knoflook, ja dat had ik al gemerkt!"
Abonneren op:
Posts (Atom)