20260330

Onomatopee: kukeleku

Het is bijna Pasen. De Paashaas heeft nog een flinke stapel eieren liggen die beschilderd moeten worden. Geen seconde te verliezen. Hij zet muziek op, de Matthäus Passion van Bach, en gaat aan de slag. Uren later is hij nog aan het verven. Pas als hij de haan hoort kukelen schrikt hij op. De Paashaas kijkt op de grote staande klok. Hoog tijd om te gaan bezorgen! Hij pakt zijn rugmand en vult hem met de versierde eieren. 'Kukeleku!' klinkt het nog een keer. De Paashaas gaat vlug verder. Als de haan voor de derde keer kraait is de hij klaar met inpakken. Huppelend gaat hij op pad.

20260321

Onomatopee: spetteren

"Zal ik eerst de deuren schoonmaken of eerst de tegellambrisering? Of de kozijnen?" Rodanim kijkt om zich heen in het oude station waar hij met de drie muizen woont. Hij loopt door het kaartjeskantoor, via de leeskamer naar de keuken. Hij opent een hoge kastdeur en haalt een zinken emmer tevoorschijn. "Ons maakt het niet uit," roepen de muizen, "als we maar zeepbellen te zien krijgen! Kan dat? Die vinden we altijd zo mooi!" Rodanim zet de emmer in de geblokte gootsteen en draait de kraan open. "Ik zal zeep nemen die lekker schuimt," zegt hij tegen de muizen. Lauwwarm water stroomt uit de kraan. Even later loopt Rodanim met een klotsende schoonmaakemmer weer richting de oude wachtkamer van het station. Hij zet de emmer op de grond en steekt zijn handen erin. 'Spetter', het water spat alle kanten uit en gutst over de rand. "Hm, ik begin denk ik maar met de vloer."

20260219

Onomatopee: zigzag

 



In het oude station op de heuvel wonen Rodanim en de drie muizen. Drie jaar geleden was er veel sneeuw. Zo veel dat de muizen vanaf het dak konden skiën. [Zie deze tekening bij de uitdrukking: het ijzer smeden als het heet is]. Nu is het erg koud en is de vijver tegenover het station bedekt met een dikke laag ijs. De dodo is voorzichtig het ijs op gewaggeld en probeert een rondje te schaatsen. Dat is geen succes. Hij glijdt telkens uit. Ook de muizen brengen het er niet al te best vanaf. Dan stapt Vera het ijs op. Zij is het nichtje van buurvrouw Agaath en is op bezoek bij haar tante. "Ha muizen en dodo!" roept ze. "Hoe gaat het schaatsen?" Eén van de muizen zit beteuterd op zijn billen en de dodo zwaait maaiend met zijn korte vleugels. Hij kan nog net op de been blijven. "Oeh," schrikt Vera, "gaat het?" "Ja hoor," knikt de dodo, "ik probeer het zo dadelijk gewoon nog een keer." Vera gaat op een steen zitten en trekt schaatsen aan. Dan staat ze op en zoekt evenwicht met haar armen. Daarna zet ze af en begint te schaatsen. Het gaat meteen goed. Ze schaatst een rondje over de vijver. En nog één. 'Zigzag', klinkt het heen en weer krassen van de schaatsen over het ijs. 



20260214

Onomatopee: slurp


Eén van de acht heksenzussen woont op een onbewoond eiland. Daar woont ze al zó lang in haar eentje, dat ze haar eigen naam vergeten is. Soms komt ze even naar het vasteland om daar naar haar naam te zoeken. Een paar jaar geleden voer ze met De Kapitein mee, die toevallig met zijn boot langs het eiland kwam [zie dit bericht]. Nu is ze op de bezem aan land gekomen en logeert bij zus Agaath. Op haar eiland is het nooit winter, dus ze vindt het heel leuk om buiten te zijn als het sneeuwt. Met zelfgemaakte warme chocolademelk zit ze op een bankje tegenover het oude station. "Hee", roepen de dieren, "Heks eh..." Zij weten haar naam ook niet meer. "Slurp", de heks nipt van haar chocolademelk, terwijl ze nog even nadenkt. Ze heeft al een paar namen gevonden die het misschien zijn. Het zou Dorothea kunnen zijn. Of Gezina. Maar het kan ook iets heel anders zijn. "Slurp", ze haalt haar schouders op en neemt nog een slok.

20260120

Onomatopee: knerp

 

"Sneeuw! Sneeuw! Sneeuw!" De muizen springen over het dekbed richting het hoofd van Rodanim. Dat steekt een klein beetje boven de dekens uit. "Gaap, brr," zegt Rodanim. Er komt een wolkje uit zijn mond. Het is fris op de slaapkamer, want het raam staat op een kier. Het gordijn beweegt zachtjes heen en weer. Rodanim stapt uit bed en schuift het gordijn open. Het hele heuvelbos is bedekt onder een flinke laag sneeuw. Zijn ogen worden groot. "Wauw! roept hij. "Zeiden we toch?" piepen de muizen terwijl ze op en neer springen. "Kom," zegt Rodanim, "Laten we als eerst over de sneeuw gaan lopen." Hij trekt gauw kleren aan en pakt zijn jas. Niet veel later opent Rodanim de deur van het Oude station. de muizen glippen naar buiten. Ze dartelen over de verse sneeuw. Rodanim stapt ook naar buiten. Zijn voeten verdwijnen in de sneeuw. 'Knerp', klinkt het bij elke stap. 'Knerp, knerp.' 


20260115

Onomatopee: koekoek


Heks Selah kijkt naar buiten. Van haar tuin is bijna niets meer te zien. Alles is wit. Selah ziet vogels vliegen, op zoek naar eten. Ze kunnen niets vinden. Alles is verstopt onder een dikke laag sneeuw. De heks besluit om haar jas aan te trekken en de vogels een handje te helpen. Ze hangt vogelvoer op aan de takken van de bomen. Roodborstjes, koolmeesjes en een koperwiek kwetteren haar blij toe. Dan hoort ze een  andere vogel: "koekoek". Dat is gek, denkt Selah, het is hier veel te koud voor de koekoek. Dan luistert ze goed. Het is geen echte vogel, maar de koekoeksklok die het geluid maakt. 

20260101

Onomatopee: gong


Aan de grens van het Bewonderde Woud woont heks Dolores. Ze heeft zeven zussen met wie ze graag afspreekt. Dan gaan ze samen kletsen of toveren. Soms pakt ze haar glazen bol om contact met haar zussen op te nemen, maar vandaag kiest ze de gong. Ze loopt door een dikke laag sneeuw naar een hoge open plek. Daar staat een grote, oude gong. Als je daar een slag op geeft kun je het geluid in de wijde omgeving horen. Ze pakt een speciale hamer met een zachte hamerkop. Dolores maakt een grote beweging met haar arm en slaat. "Gonnnggg" klinkt het over het besneeuwde woud. Het geluid klinkt heel lang door. Niet veel later komen haar eerste zussen al aangevlogen.